Op Commsverse in Londen - de community-conferentie rond Microsoft Teams, dit jaar in Mercedes-Benz World - draaiden de eerste sessies om een vraag die steeds terugkwam: nu we AI echt gebruiken, hoe houden we het betaalbaar en beheersbaar? Twee takeaways bleven hangen.
AI-adoptie: van uitproberen naar kostenbeheersing
Organisaties die Copilot hebben uitgerold, schuiven nu van experimenteren naar het managen van verbruik en modelkeuzes. En dat blijkt lastig, want de kosten zijn moeilijk te voorspellen.
Een van de sprekers vergeleek het met een kind 5 euro meegeven in een snoepwinkel - maar niet zeggen wanneer het op is. En het komt terug met een rekening van 500 euro.
Daar zit meteen een tweede vraag in: is het wel houdbaar om de medewerker zelf te laten kiezen welk model hij gebruikt? Voor de een is dat vrijheid, voor de ander vooral een extra last - en voor de organisatie een open einde op de rekening. Budgettering en governance worden zo de volgende grote uitdaging rond AI.
Agents: de volgende stap, maar nog in de kinderschoenen
De richting was voor iedereen duidelijk: agents zijn de volgende stap. Tegelijk zijn de meeste organisaties er nog nauwelijks mee bezig. Daar zit een gat tussen waar het heen gaat en waar bedrijven vandaag staan.
De mooiste tip uit de sessie was verrassend concreet: behandel een agent als een echte medewerker. Geef het een naam, een functie en een policy - en zorg dat je het ook weer kunt "ontslaan" als het zijn werk niet goed doet. Zo blijft een agent geen ongrijpbaar stukje techniek, maar iets met een rol, verantwoordelijkheden en grenzen.
Mijn rode draad van de dag: AI is de experimenteerfase voorbij. De winst zit nu in de discipline eromheen - grip op kosten, heldere keuzes en governance die meegroeit. Copilot en agents leveren pas echt iets op als je ze net zo serieus inricht als de rest van je organisatie.